Inbraken in huizen en veiligheidsinstellingen

De dieven komen het huis binnen, maar de toezichthouder waarmee de eigenaar van het huis een contract heeft, fouilleert de wandaden niet. Kan het verantwoordelijk worden gehouden?

Inbraken in huizen en veiligheidsinstellingen

Zomer en de risico's van diefstal

Toezichtinstituut

Zomer. Het risico van diefstal we weten dat het in de huizen toeneemt.
Veel mensen tekenen contracten met toezichthoudende instellingen omdat dergelijke diensten over huisvesting moeten waken.
Maar het is mogelijk dat ze kunnen worden opgeroepen antwoord van diefstal, als dit ondanks hun controles gebeurt of in ieder geval ondanks het toezichtcontract?


Overeenkomst van middelen en niet van resultaten

Doel van de overeenkomst is zeker die van de wacht houden op huisvesting, maar niet om er absoluut zeker van te zijn dat er nooit diefstal zal plaatsvinden.
Zoals de advocaten zeggen, zijn we in de aanwezigheid van een servicecontract verplichtingen van middelen, maar niet van resultaat (v. Trib., Milaan n. 14329/2014).
Het instituut is daarom verplicht om te presteren ijverig het afgesproken werk, maar niet om de afwezigheid van diefstal te waarborgen.
Besturing, doorgangen in de buurt van het huis, enz. Zijn vaak eens, zelfs numeriek.
De procedures die de partijen moeten volgen, worden ook normaal vastgesteld als bijvoorbeeld het alarm afgaat.
Als wordt aangetoond dat deze afspraken niet zijn uitgevoerd, is het instituut zeker in gebreke contractuele verplichtingen.
deze niet het betekent echter dat het moet noodzakelijk reageren op de gevolgen van diefstal.

Causaal verband tussen wanbetaling van de instelling en diefstal

Hiervoor moet het oorzakelijk verband tussen de contractbreuk en de door de aannemer geleden schade.
Daarom is het niet voldoende om aan te tonen dat er bijvoorbeeld geen overeengekomen stappen waren (zie Trib., Milaan n. 14329/2014).
In feite, voor zichzelf, deze controles niet dat kunnen ze zeker uitsluiten het risico van diefstal; In het verleden is al besloten een nachtelijk toezicht instituut, dat met de klant de verbintenis heeft aangegaan om een ā€‹ā€‹bepaalde ruimte te controleren, door inspecties gestapeld in de tijd volgens vaste tijden, kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die het gevolg is van de diefstal in die kamer, alleen omdat de uitvoering van een van die inspecties is niet bewezen, aangezien, volgens de algemene beginselen inzake contractuele aansprakelijkheid, de aanvullende eis van de oorzakelijk verband tussen niet-nakoming en schade, die postuleert de verificatie van de geschiktheid van de voornoemde controle, zo niet weggelaten, om de criminele actie te weerleggen, in relatie tot de tijden waarin deze werd gepleegd (Cass. 142/1984) (Trib., Milaan n. 14329/2014).
In plaats daarvan zal het zijn genoeg laten zien dat, bijvoorbeeld op de avond van de diefstal, het instituut, zodra het alarm is ontvangen, hij communiceerde niet het feit aan de politie, stuurde hij laat zijn eigen personeel, die erbij kwam onvoorzien van de huissleutels en dat ondertussen de dieven klaar waren met hun werk.
Dit zijn bijvoorbeeld de feiten die het onderwerp zijn van het arrest waarnaar in het arrest van het Hof van Justitie wordt verwezen Hof van Cassatie n. 16195/2015.
Deze zin, omdat de rechters van verdienste werd gevonden dat de instelling met haar gedrag hij heeft niet verijdeld de diefstal, heeft de verantwoordelijkheid bevestigd (vastgesteld in eerdere graden) en daarom de straf tot vergoeding van de beroofde. In feite bevestigt de bovengenoemde uitspraak dat het blijft bestaan, bij afwezigheid van enige andere bepaling in de overeenkomst, de aansprakelijkheid van de toezichthoudende instantie die verzuimd heeft de overeengekomen of anderszins noodzakelijke maatregelen te treffen afbladderen tijdige diefstal.

Is de verantwoordelijkheid ook van toepassing op diefstallen van derden?

diefstal

Een andere vraag beantwoord door de zin n. 16195/2015 is het volgende: als het eigendom van een persoon die geen verband houdt met het contract wordt gestolen in het huis, moet het instituut, nadat het zich ervan heeft vergewist dat het verantwoordelijk is voor het voorval, ook reageren op de schade die de derde heeft geleden?
Nou, ja.
Het contract heeft betrekking op het onroerend goed, met alles erin; dit zeker, als de derde beroofde is kamergenoot van de contractant: het spreekt vanzelf dat als een gezinslid de houder van het contract is, de gemeenschappelijke belangen van de andere leden van het gezin van dien aard zijn dat de keuze voor de besteding van het toezichtcontract ongetwijfeld is gemaakt tegen van het voordeel van de bescherming van de goederen van iedereen en dus als de schade moet worden gecompenseerd, moet die geleden door alle samenwoners worden terugbetaald.
Maar het instituut zou antwoorden, volgens de zin n. 16195, ook voor de diefstal van derden niet samenwonendbijvoorbeeld de aannemer heeft activa in bewaring (tenzij er een andere overeenkomst tussen de partijen is).

Billijke afwikkeling van de schade

Tenzij we rekening houden met de hypothese van een lijst van alle goederen die in het huis aanwezig zijn en een schatting van hun waarde, een mogelijke hypothese, maar eerder abstract, moeten we rekening houden met de bijna totale onmogelijkheid van de beroofden van het bewijzen van de waarde van de gestolen goederen, vandaar de omvang van de schade (v. Cass. n. 16195/2015).
Bijgevolg, zodra deeen, dwz vastgestelde feiten en verantwoordelijkheden, bij het bepalen van het hoe verschuldigd als compensatie (de quantum) de rechter kan er maar een maken eerlijke evaluatie.
Dit is toegestaan ā€‹ā€‹door deart. 1226 c.c., waarvoor, indien de omvang van de schade niet precies kan worden aangetoond, het zogenoemde quantum op billijke wijze door de rechtbank wordt geliquideerd.
Natuurlijk, als u zeker bent van de contractuele wanbetaling van de instelling, buiten de verantwoordelijkheden die verband houden met de diefstal, kunt u zich hiertegen verzetten in het licht van de gewone civielrechtelijke regels over de beƫindiging van de overeenkomst in geval van wanbetaling (v. Artikelen. 1453 c.c. en ss.).



Video: