Parkings in condominium tussen gebruiksrecht en gratis verkoop

De beruchte saga van de ruzie over de bestemming van de parkeergarages gebouwd in overeenstemming met de 'brugwet' is verrijkt met een nieuwe uitspraak van het Hof van Cassatie.

Parkings in condominium tussen gebruiksrecht en gratis verkoop

parkeren1

De parkeerterreinen gebouwd volgens de wet n. 1150 van 1942 Moeten deze worden beschouwd als relevant voor vastgoedeenheden die zich in hetzelfde gebouw of direct naast elkaar bevinden?

Het antwoord, tot nu toe, is negatief.

Wees niet verrast van gemak in reactie; daar komen was helemaal niet gemakkelijk.

Met andere woorden: er waren vele oorzaken voor nodig en enige wetgevende interventie om te reageren zoals we gedaan hebben.

De lange ruzie over het gebruiksrecht

Het was 1967 toen de zogenaamde brugwet, de n. 765, vernieuwde de wet 1150 met de bepaling dat in elk nieuw gebouw parkeerplaatsen moeten worden toegewezen in verhouding tot de bebouwde kom.

De onzekerheid veroorzaakt door het nieuws leidde tot een eindeloos geschil: deze parkings werden belast met een echt gebruiksrecht ten gunste van vastgoedeenheden?

Eerst zeiden we nee, ja, nadat het nog steeds afhangt; de trek en de lente duurden tot 2005.

In dat jaar deart. 12, paragraaf 9, van de wet 28 november, n. 246 (van kracht sinds 16 december 2006) heeft een tweede alinea toegevoegd aan art. 41-sexies van de wet 17 augustus 1942, n. 1150, die luidt: de overeenkomstig het eerste lid gecreëerde parkeerplaatsen worden niet belast door pertinente beperkingen of gebruiksrechten ten gunste van de eigenaars van andere vastgoedeenheden en zijn onafhankelijk daarvan overdraagbaar.

einde enkele problemen?

Zelfs niet voor een droom.

De norm, op zichzelf heel duidelijk, vroeg de tolk zich af: geldt het voor alle gevallen of alleen voor toekomstige gevallen?

De tweede alinea van de onenigheid

wat sancties precies deze regel?

Het leest in uitspraak:

Parcheggio2

De regel sluit daarom het automatisme uit tussen de verplichte reserve van parkeerplaatsen in nieuwe gebouwen en het noodzakelijke gebruik ervan door de appartementen, met als expliciet doel deze ruimten te laten onderhevig zijn aan onafhankelijke regelgeving met betrekking tot het gebouw ze hebben toegang en kunnen vrij worden verhandeld.

De stadsgrens van bestemming van het parkeerterrein blijft ongewijzigd (ook geregeld in paragraaf 1 van artikel 41-sexies), waaraan de verlening van bouwvergunningen onderworpen is, maar er is geen echt recht meer ten gunste van de inwoners van toegang tot het gebouw (Cass. 18 september 2012, n. 15645).

de tweede alinea van de techniek. 41-e van de wet n. 1150/42, zoals geïntroduceerd door de wet n. 246/05, is het dan retroactief of niet retroactief?

een bevestiging van de infraroodactiviteit komt van een recente uitspraak van het Supreme Court of Cassation (nr. 15645 van 18 september 2012).

In deze algemene context ga ik verder hermelijnen het gaat erom te bepalen of de genoemde bepaling een interpretatieve norm vormt (met als gevolg een terugwerkende kracht) en daarom ook van toepassing is op eerdere situaties of dat het een strikt novatieve norm is die alleen voor de toekomst geldt.

Als deze regel moet worden opgevat als een bepaling voor authentieke interpretatie met betrekking tot de vorige verklaring, vervat in paragraaf 1 van art. 41-sexies van de stedelijke wetgeving, kan worden aangenomen dat alle parkeerplaatsen in gebouwen, gerealiseerd vóór de inwerkingtreding van de wet n. 246 van 2005 (dus ook het gebied dat al gebonden is aan het voorwerp van het parkeren van de onderhavige zaak), wordt niet belast door beperkingen van welke aard ook, zelfs als het een echt recht had gekregen ten gunste van flatgebouwen met contractuele regeling, of onder een vonnis uitgesproken in beoordeeld of op grond van een ander instrument (Cass. 18 september 2012, n. 15645).

Waarom is de regel niet terugwerkend?

Het antwoord de vraag, zoals we zeiden, was een bevestiging van wat al door de rechters van Piazza Cavour is geratificeerd.

Dit is de reden waarom.

Parcheggio3

Dit Hof (Box 24/2/2006 No. 4264 en latere Cassation No. 13/1/2010 No. 378, Box 5/6/2012 No. 9090) heeft het interpretatieve karakter en de terugwerkende kracht van de 'art. 12, paragraaf 9, van de l. 246/05, waarin wordt gesteld dat de nieuwe bepaling alleen voor de toekomst bedoeld is, dwz voor gebouwen die nog niet gebouwd zijn en voor gebouwen die gebouwd zijn, maar waarvoor de verkoop van individuele eigendommen nog niet is gestart.

Het afwijzen van de interpretatieve aard ervan, volgens het deelbare motiverende pad van de bovengenoemde zin, dat continuïteit moet krijgen, is het gevolg van het ontbreken van aannames die de interpretatieve norm kenmerken, zoals de interpretatieve onzekerheid over een reeds bestaande norm en de keuze voor een van de oplossingen afwisselend aangenomen door de jurisprudentie; terugwerkende kracht is uitgesloten omdat dit niet uitdrukkelijk wordt bevestigd door de wet en ook in tegenstelling tot de aard van dezelfde regel, een incident met betrekking tot de wijze van aankoop en de inhoud van rechten, aangezien het, zoals door bovengenoemde jurisprudentie wordt gereciteerd, een vreedzaam beginsel is dat de wetten het wijzigen van de manier waarop rechten worden verworven of de inhoud ervan niet van invloed is op situaties die vervielen vóór hun inwerkingtreding; een interpretatie die met terugwerkende kracht de norm toegeschreven zou in plaats daarvan leiden tot een algemene en vergoede onteigening van een recht dat reeds door de particuliere (Cass. 18 september 2012, n. 15645).



Video: