Plichten van de huurder in de huur van een huis

De ondertekening van een huurovereenkomst van een huis houdt voor de huurder de aanname in van een reeks rechten en plichten. Laten we eens kijken wat de taken zijn.

Plichten van de huurder in de huur van een huis

Huurcontract en huurcontract

Abonnement op een huurcontract

Voor de duidelijkheid wordt gesteld dat het huurcontract technisch betrekking heeft op de huur van een roerend of onroerend goed produktief, (v. art. 1615 c.c.) (zoals een groeve) en alleen dat atecnicamente in de gesproken taal wordt de term ook gebruikt voor de locatie van de huizen.
De regeling van de huur van woningen is vervat in de lees n. 392/1978 en n. 431/1998 en in de artikelen 1576 en ss. commerciële code.
De algemene bepalingen van het burgerlijk wetboek zijn uiteraard van toepassing, met uitzondering van uitzonderingen die worden gegeven door speciale regels, dat wil zeggen regels die specifiek het individuele contract regelen.
In dit artikel, verwijzend naar de huur van een onroerend goed voor residentieel gebruik, zullen we daarom de uitdrukkingen gebruiken huur en huurder op een atecnico-manier.
Een huurwoning huren is absoluut de minst veeleisende oplossing huisvraag. Het gaat zeker niet om het uitbetalen van geld, energie en stress waarbij andere operaties betrokken zijn, zoals aankoop, misschien met de ondertekening van een hypotheek. Het feit blijft echter dat het hoe dan ook intekent een contract, van waaruit in de delen zal ontstaan rechten en plichten. Hier zien we in het bijzonder wat zijn de plichten van de huurder of, in meer strikt juridische termen, huurder of huurder van het onroerend goed.

De overname door de huurder

Allereerst, volgensart. 1587 c.c. (getiteld hoofdverplichtingen van de dirigent), CO.1, de huurder moet neem aan levering het ding en observeer de ijver van de goede vader van een gezin in het gebruik ervan voor gebruik bepaald in het contract of voor gebruik dat anderszins kan worden verondersteld door omstandigheden...
Overname is daarom niet alleen een recht, maar ook een verplichting, of liever een verplichting.
Met het overnemen van de dirigent wordt voogd van goed tot het moment van terugkeer: daarom ontvangen het pand in de aflevering, eerst is de huurder verplicht om het te gebruiken met de ijver van de goede vader van het gezin, dat wil zeggen met dat niveau van toewijding dat we legitiem kunnen verwachten, niet in de zin abstract, maar vangemiddelde man, met verwijzing naar de concrete situatie, die in dit geval wordt gegeven doorgebruik overeengekomen of het gebruik dat onder de gegeven omstandigheden kan worden verwacht.
Met de levering van het ding neemt de huurder dus de verplichtingen van de bewaarnemer op zich; daarom, krachtensart. 2051 c.c. hij is verplicht te antwoorden op schadevergoeding die voortvloeit uit de zaak in hechtenis, tenzij hij het toeval bewijst; natuurlijk gaat zijn verantwoordelijkheid samen met die van de eigenaar van het onroerend goed (zie bijvoorbeeld. Cass. n. 782/2001 en n. 13881/2010).

Kosten met betrekking tot het huis

Specificatie van de bewaarplicht is de verstrekking vanart. 1588 c.c., waarvoor de huurder antwoordt doorverlies en van de achteruitgang van wat er gebeurt in de loop van de huurovereenkomst, zelfs als deze voortvloeit uit brand, als niet probeer dat ze voor jou zijn gebeurd oorzaak niet aan hem toerekenbaar. È ook verantwoordelijk voor het verlies en de verslechtering veroorzaakt van mensen die hij heeft toegegeven, zelfs tijdelijk, voor het gebruik of genot van het ding.
In dit geval is de schadevergoedbare schade niet alleen die welke betrekking heeft op het gehuurde, dat wil zeggen, in ons geval, het huis, maar alles wat is beschadigd, zoals bijvoorbeeld de condominium gemeenschappelijke delen (V. Cass. n. 20357/2005).
Echter, als het ding vernietigd of verslechterd door vuur was geweest verzekerd van de verhuurder of in zijn naam, de huurder moet de verhuurder slechts het verschil tussen het bedrag betaald door de verzekering en de werkelijke schade betalen, tenzij de verzekering is gemaakt voor de geschatte waarde van het onroerend goed (zie art. 1589 c.c.).
In elk geval kan de verzekeraar zichzelf vervangen, dat wil zeggen de verzekerde vervangen, door de derden die verantwoordelijk zijn voor het claimen van het betaalde bedrag, te behandelen volgens de regels uiteengezet inart. 1916 c.c.
Gezien deze premissen, spreekt het voor zich dat de huurder dat moet doen terugkeer het goede in de staat waarin hij het ontving behalve voor verslechtering of consumptie als gevolg van het gebruik van het ding in overeenstemming met het contract en opslaan het uiterlijk of de achteruitgang als gevolg van de leeftijd.
Het is daarom voor beide partijen beslist passend dat op het moment van levering van de goederen er een wordt opgesteld verbaal dat getuigt van de situatie van het gebouw; bij afwezigheid hiervan beschrijvingbij wet wordt aangenomen dat de onderhoudsstatus van het ding op het moment van aflevering was goed. Mobiele dingen moeten worden geretourneerd waar ze zijn afgeleverd (v. art. 1590 c.c.).
Ten slotte moet de huurder het goede teruggeven bij het verstrijken verweerder, anders kan de verhuurder zowel de overeengekomen prijs vorderen, zelfs als het contract is opgezegd, wat mogelijk de grotere schade oplevert.
De huurder kan het contract niet overdragen aan anderen, zonder de toestemming van de huurder (v. art. 1594 c.c.).

Kosten te wijten aan de huurder

De huurder moet dan alles uitvoeren reparaties van klein onderhoud dat, in het geval van stedelijke huurcontracten, afhankelijk is van verslechtering als gevolg van gebruik en niet van ouderdom of kans (zie Artikelen. 1576 en 1609 c.c.); met betrekking tot mobiele dingen, zoals bijvoorbeeld een koelkast, opslagkosten en gewoon onderhoud zijn, tenzij anders overeengekomen, voor rekening van de huurder (zie art. 1576 c.c.). Ten slotte moet de huurder de verhuurder informeren over de noodzaak van reparaties die de verhuurder moet uitvoeren, zelfs als hij om dringende redenen direct verantwoordelijk is (zie art. 1577 c.c.).
Als de reparaties niet kunnen worden uitgesteld aan het einde van het contract, is de huurder verplicht om geef hun, zelfs als ze hem het genot van het goede ontnemen (behalve de mogelijkheid er een te hebben) reductie van de vergoeding, indien zij verder gaan dan de zesde van de totale duur van het contract en in elk geval meer dan twintig dagen of om ontbinding van het contract, als ze maken onbewoonbaar deel van de accommodatie).
Wat betreft de bijkomende kosten, volgens art. 9, co.1 en 2, Wet 392/1978, de huurder moet betalen tenzij anders overeengekomen, de kosten in verband met de schoonmaakdienst, de bediening en het gewoon onderhoud van de lift, de levering van water, elektriciteit, verwarming en airconditioning, het reinigen van de beerputten en latrines, evenals het aanbieden van andere gemeenschappelijke diensten.
De kosten voor de conciërgeservice zijn voor 90 procent ten laste van de huurder, tenzij de partijen een lagere maatstaf zijn overeengekomen.
de inschrijfgeld zij zijn verschuldigd, tenzij anders overeengekomen, door beide partijen (v. art. 8, Wet 392/1978).
Wat betreft de vergoeding, die het onderwerp is van een groot deel van de geschillen, volgensart. 1587, c.c., co.1, n. 2, de huurder is verplicht om betaal de vergoeding in de overeengekomen voorwaarden, anders riskeren uitgezet en de andere gevolgen voorzien door de wet voor deschending van de huurder.



Video: Heb ik altijd huurbescherming als ik een huis ga huren? | Woningmarkt TV - aflevering 107