Uitvoeringsprocedure en onderhoud van het gebouw

In de loop van de afscherming van onroerend goed die te maken heeft met de uitvoering en betaling van buitengewone werken voor het behoud van het onroerend goed? Debiteur, crediteur of bewaarder?

Uitvoeringsprocedure en onderhoud van het gebouw

Afscherming van onroerend goed

dozen

de vastgoed uitvoeringsprocedure is de procedure waaraan de schuldeiser een uitvoerende titel heeft (bijv. een dwangbevel, vonnis of wissel - v. art. 474 c.c.) onbetaald, om voldoening te verkrijgen uit de gedwongen onteigening en dus uit de verkoop van het gebouw in naam van de schuldenaar. Het uitvoeringsproces wordt geregeld, voor algemene aspecten, door Artikelen 474-512, c.p.c.; de vastgoedprocedure wordt met name geregeld door de artikelen 555-598 c.p.c.
Afscherming start gedwongen uitvoering (art. 491 c.p.c.).
Het bestaan ​​van de procedure vereist de duidelijke identificatie van de voogd van het goede. In de uitvoeringsprocedure is de bewaarder van het gebouw normaal de eigenaar, als hij het gebouw bezet; de rechter benoemt een andere persoon of op verzoek van de schuldeiser, of wanneer de schuldenaar niet de woning bezet; wanneer de custodian de debiteur is, benoemt de rechter op het moment van de goedkeuring van de verkoop de persoon die verantwoordelijk is voor de activiteiten of het instituut met toestemming voor verkoop (art. 559 c.p.c.).

Uitgaven van het gebouw en geldschieter

De kwestie van property management is natuurlijk niet triviaal: denk dat de eigendommen die zijn geregistreerd bij de in gebreke blijvende schuldenaar in afbrokkelende omstandigheden verkeren, vooral in tijden van crisis, en dat het gebrek aan onderhoud van het onroerend goed is afgeleid verantwoordelijkheid naar derden.
Volgens de gedateerde uitspraak van de Cass. n. 2875/1976 de verantwoordelijkheid rust op de schuldeiser: in de beschikking wordt bepaald dat, in het geval dat het noodzakelijk is om kosten te maken voor de bewaring van de aangehechte activa, de schuldeiser (in het bijzonder de schuldeiser, di de schuldeiser die de procedure heeft ingeleid anderen, als gevolg van een interventie) om te anticiperen op de kosten, op de verstrekking door de rechter van de uitvoering.
Als deze voorziening niet is uitgegeven of niet is uitgevoerd, zullen dezelfde uitgaven worden verwacht door de bewaarder, die om terugbetaling zal vragen op het moment van de vereffening, of, met de uitdrukkelijke toestemming van de rechter, in staat zal zijn u de inkomsten te verschaffen die voortvloeien uit de afgeschermde zaken; het enige alternatief voor deze verplichting is, volgens de uitspraak van 1976, het aftreden van de bewaarder.
Deze oriëntatie is gebaseerd op de overweging die volgensart.8, D.P.R. n. 115/2002, de kosten van de processtukken moeten worden gedragen door de partij die ze uitvoert en die daarom verzoekt, en door de partij die op dergelijke uitgaven moet anticiperen, wanneer het tegendeel wordt gepleegd tegen de wet of door de magistraat.
Integendeel (dat wil zeggen, als de schuldeiser de kosten niet betaalt), altijd volgens deze oriëntatie, moet de onmogelijkheid van uitvoering worden aangegeven.

Onkosten van het gebouw dat wordt uitgevoerd en debiteur

huissleutels

de Court of Naples, met de recente bestelling van 24 oktober 2014, staat in contrast met deze oriëntatie en concludeert in plaats daarvan dat de kosten moeten worden gedragen door de schuldenaar; dit op basis van twee overwegingen: de eerste is die volgensart. 2910 c.c. de schuldeiser heeft het recht om beslag te leggen op het onroerend goed in de staat waarin het zich bevindt zonder dat het kosten hoeft te maken voor het behoud ervan, ook al is het afbrokkelend en vormt het een gevaar voor de openbare veiligheid. (Norma Napels, cit.).
De tweede, verbonden met de eerste, is dat de bijlage, terwijl het de rechten van genot en de bevoegdheden van beschikking van het bezit beperkt, echter niet de Zondagswet van de schuldenaar op het onroerend goed, en de daaruit voortvloeiende vormen van aansprakelijkheid voor eventuele schade die voortvloeit uit deart. 2053 c.c. voor het geval van de ruïne van het gebouw; ja dat zal de debiteur moeten activeren om de risico's en de bijbehorende verantwoordelijkheden voor eventuele schade ex art. 2053 c.c.; risico's en verantwoordelijkheden die overblijven, aldus de rechter van Napels, zelfs wanneer de bewaker van het onroerend goed een derde partij is, aangezien het altijd de schuldenaar is die de instandhouding en het onderhoud moet garanderen van de metselwerkstructuren en van de planten daarin gecombineerd.
de derde voogd hij zal alleen met de handelingen van gewoon bestuur en passief beheer van de in gebreke blijvende eigenschappen, waarvan de typische manifestatie het verschaffen van een vrucht is met het doel om de claim op een uitvoerende wijze te voldoen.
Bijgevolg zijn de kosten voor de buitengewoon onderhoud ze zijn voor de schuldenaar of de P.A. (in geval van inactiviteit van de debiteur), via de c.d. uitvoering in schade, in het geval dat er gevaar is voor de openbare veiligheid.
De bestelling in kwestie sluit niet uit dat de crediteur zich spontaan kan activeren voor de betaling van de voornoemde uitgaven; het zal in feite alleen zijn belang zijn om de waarde van het goed te vrijwaren om de maximale winst uit de verkoop te halen, zoals hij toevoegt ook kan worden verondersteld dat dezelfde bedekt zijn met de inkomens en met vruchten van het bijgevoegde complex indien aanwezig.
Het zal blijven ooit de verantwoordelijkheid van de bewaarder is om de schuldenaar te informeren en vragen om de noodzaak van de uitvoering van de eigen werken, evenals de bevoegde openbare administratie in geval van gevaar voor de openbare veiligheid, alsook, na kwantificering van de uit te voeren werken, om de schuldeiser te vragen voor een spontane anticipatie op de kosten, en voldoende publiciteit te geven in de kennisgeving van verkoop van de omstandigheden die in het rapport worden vermeld.
De conclusie van de betreffende beschikking is in overeenstemming met de jurisprudentie terzake verantwoordelijkheid voor het bouwen van ruïne, die de neiging heeft om de verantwoordelijkheid op te leggen aan de eigenaar, zelfs in aanwezigheid van derden zoals de huurder, althans met betrekking tot de structuren; overblijven aan degenen die de effectieve bewaring van het goed hebben de plicht om de manager op de hoogte te stellen en de verantwoordelijkheid voor de gewone onderhoudswerken.



Video: