Uitgaven voor het exclusieve familiehuis en het ontbinden van de communie

De bedragen die tijdens het huwelijk zijn uitgegeven voor de verbeteringen van het huis die exclusief eigendom zijn van de andere echtgenoot, moeten worden teruggegeven wanneer de communie wordt ontbonden?

Uitgaven voor het exclusieve familiehuis en het ontbinden van de communie

Ontbinding van de wettelijke communie

ontbinding van legale gemeenschap

Zoals bekend, kunnen echtgenoten kiezen tussen het schema van gemeenschap van goederen (V. Artikelen. 177 en ss. commerciële code.), dat van scheiding (V. Artikelen. 215 en ss. commerciële code.) en de conventioneel gemengd regime (V. Artikelen. 210 en ss. commerciële code.).
Als de echtgenoten kiezen voor de legale communie, vallen in het gemeenschapsregime de goederen aangegeven doorart. 177 van het burgerlijk wetboek. en dat is:
a) i het winkelen gemaakt door de twee echtgenoten samen of afzonderlijk tijdens het huwelijk, met uitzondering van die met betrekking tot persoonlijke bezittingen;
b) i fruit van het eigendom van elk van de echtgenoten, ontvangen en niet geconsumeerd bij de ontbinding van de gemeenschap;
c) i opbrengst de afzonderlijke activiteit van elk van de echtgenoten indien zij bij de ontbinding van de communie niet zijn voltrokken;
d) le bedrijven beheerd door beide echtgenoten en vastgesteld na het huwelijk.
In het geval van vennootschappen die vóór het huwelijk aan een van de echtgenoten toebehoorden, maar door beide worden beheerd, heeft de communie alleen betrekking op winsten en verhogingen.
Onder meer persoonlijke eigendommen, aangegeven doorart. 179 van het Burgerlijk Wetboek…
Bij het optreden van de voorwaarden vanart. 191 c.c. (verklaring van afwezigheid of vermoedelijke dood van een van de echtgenoten, nietigverklaring, ontbinding of beëindiging van de burgerlijke rechtsgevolgen van het huwelijk, persoonlijke scheiding, scheiding van tafel en bed, conventioneel stelselwijziging, faillissement van een van de echtgenoten) het smelt.
De ontbinding van de gemeenschap leads de deling in gelijke delen van activa en passiva (v. art. 194 van het Burgerlijk Wetboek.), na te hebben voorzien in terugbetalingen en naar terugbetalingen (en mogelijk persoonlijke roerende zaken of contantequivalenten hebben ingenomen, bijv Artikelen. 195 en 196 c.c.).

Plichten voor bijdragen aan de behoeften van het gezin

Volgens deart. 143, co. 3 c.c., tussen de taken die voortkomen uit het huwelijk voor beide echtgenoten, vi è dat van bijdragen aan de behoeften van het gezin... elk met betrekking tot hun stoffen en hun professionele en huishoudelijke vaardigheden; bovendien, met verwijzing naar ons onderwerp, altijd op grond van art. 143. co. 2, c.c., behoort onder de taken van de echtgenoten ook tot de samenwoning.
Het heeft dan deart. 186 c.c. dat De goederen van de communie antwoorden:... c) de uitgaven voor het onderhoud van het gezin en voor de opvoeding en opvoeding van de kinderen en van elke verplichting aangegaan door de echtgenoten, zelfs afzonderlijk, in het belang van het gezin.
Er is vastgesteld dat de gemaakte kosten voor de vervulling van de verplichting om bij te dragen aan de behoeften van het gezin niet hoeven te worden vergoed tijdens de ontbinding van de communie (v. Cass. nn. 5866/1995; 18749/2004; 10942/2015).

Rechten van de eigenaar

kosten

Volgens deart. 1150 c.c. zij aan de eigenaar de erkenning van een 'compensatie voor de verbeteringen het tot stand brengen. de gebrek aan erkenning van deze som omvat een onnodige verrijking in het bezit van de eigenaar, die kan worden betwist via deactie algemene onnodige verrijking, bedoeld inart. 2041 c.c…
Deze actie maakt het mogelijk om voor de rechtbank de vrijwaring te verkrijgen van de vermindering van de bezittingen die het gevolg is van de verrijking van anderen.
Een goed deel van de rechterlijke toetsing is dus gebaseerd op het concept van ongepaste verrijking.

Uitbetaling van de kosten van de gezinswoning

Dus we komen tot onze vraag: le kosten ondersteund door één van de twee echtgenoten om verbeteringen aan te brengen in het huis van exclusieve eigendom van de andere, maar gebruikt als familie thuis, moeten ze worden teruggebracht als de communie wordt ontbonden? Volgens de recente uitspraak van de Hof van Cassatie n. 10942/2015, No.
Deze uitspraak heeft dus geleid tot een beslissing over het verzoek om terugbetaling van de ex-man voor de gemaakte kosten voor onderhoudswerkzaamheden, toevoegingen en verbeteringen van het huis dat wordt gebruikt als een gezinswoning.
Rekwirante had om teruggave van deze woning verzocht, op grond dat de aangebrachte verbeteringen de waarde van het huis hadden vergroot, waarvan het voormalig vrouw was de exclusieve eigenaar en verrijkte het te veel.
Daarom vroeg hij om compensatie hiervoorart. 1150 c.c.
De restitutie wordt geweigerd door de straf op grond van het feit dat deze uitgaven zijn gedaan om te voldoen aan de verplichting om bij te dragen aan de behoeften van het gezin waarnaar wordt verwezen inart. 143 c.c.
Tot deze conclusie, zonder in abstracto het recht op terugbetaling door de voormalige echtgenoot als ex-eigenaar te ontkennen (derhalve voormalig art. 1150 c.c.) komt de rechtbank op basis van het vooronderzoek: in feite, zo legt hij uit, zijn de verbeteringswerken bedoeld om de woning aan te passen aan de behoeften van de familie-eenheid.
In het verleden andere zinnen op het punt dat ze geregeerd hebben ontkennen de terugkeer, zoals de zin in opmerking (v. Cass. n. 18749/2004), of herkennen alleen gedeeltelijk, het motiveren dat de verbeteringen werden verondersteld om te voldoen aan de verplichting om bij te dragen aan de behoeften van het gezin, maar tegelijkertijd hadden ze de waarde van het goede verhoogd (zie bijv. Cass. n. 5866/1995 en v. ook Trib. Modena n. 623/2012).
Het is inderdaad erkend dat als er enige twijfel bestaat dat tijdens het huwelijk deze uitgaven zijn gemaakt om aan de behoeften van het gezin te voldoen, met scheiding, zijn minder geworden de geestelijke en materiële gemeenschap van de twee echtgenoten en dus ook de vooronderstellingen van een legitieme vereniging van het goede (dwz het huwelijksband en de huwelijkse samenwoningsdienst)op dat moment kan de echtgenoot die de verbeteringen van het huis economisch heeft gesteund de vergoeding niet erkennen voormalig art. 1150 c.c. (V. Trib. Modena n. 623/2012).
Op het punt werd gespecificeerd dat ik familie behoeften bedoeld inart. 143 c.c., en waarop de onkosten niet moeten worden geretourneerd, niet het zijn alleen die minimum, onmisbaar voor het voortbestaan ​​van de gezinsgroep, maar kan in grotere mate zijn, als de echtgenoten agile economische omstandigheden genieten. De evaluatie kan niet alleen van een patrimoniaal type zijn (v. Cass. n. 18749/2015).



Video: