Rechten van gebruik en verblijf

Het gebruikers- en huisvestingsrecht zijn echte rechten, die het gebruik en de huisvesting van een woning mogelijk maken, in verhouding tot de behoeften van de eigenaar en zijn familie.

Rechten van gebruik en verblijf

Gebruiksrecht en verblijfsrecht

huis

de echte rechten van plezier, voor zover ons vandaag betreft, hebben als doel de genot van iets anders, binnen de grenzen en op de manieren vastgesteld door wet.
Hieronder zien we hier met name de wet gebruiker en het recht van bewoning, voorzien door de Artikelen. 1021 en s.s., c.c
Het gebruiksrecht wordt geleverd door de'Art. 1021 c.c., in wiens geest Wie heeft het recht om iets te gebruiken, kan gebruik ervan en, als het vruchtbaar is, kan ik verzamelen fruit voor wat nodig is voor zijn behoeften en zijn behoeften familie. Behoeften moeten worden beoordeeld aan de hand van de sociale status van de rechthebbende.
In plaats daarvan wordt het verblijfsrecht verstrekt doorart. 1022 c.c., waarvoor Wie heeft er recht op huis van een huis kan het alleen voor zijn en zijn behoeften leven familie.
Waarom zien we ze samen?
Omdat ze verenigd zijn door sommige kenmerken, zozeer zelfs dat dezelfde code ze in hetzelfde hoofd invoegt (Hoofdstuk II, van Titel V, van Boek III, getiteld Van het gebruik en van de woning, inclusief de artikelen van 1021 tot 1026 c.c..) en verzend ze naar zelf discipline.

Gebruiksrecht en bewoning: overeenkomsten

Zoals je kunt zien aan het lezen van de artikelen hierboven, beide verwijs naar debenutting van een woning, ondanks dat het verblijfsrecht beperkt is tot huisvesting van een woning.
In beide instellingen (hoewel met de verschillen die we later zullen zien), in tegenstelling tot devruchtgebruik (dit is ook een echt recht op plezier), dit gebruik is functioneel voor de behoeften van het gezin en vindt zijn limiet in de bevrediging van deze behoeften.
Het zijn situaties van karakter zo veel personeel en in ieder geval gerelateerd aan het leven van de eigenaar, wie niet ze zijn overdraagbare (Cass. n. 3988/1979), noch verhandelbaaren ze kunnen ook niet het voorwerp van zijn huurcontract (V. art. 1024 c.c.).
Beide kunnen stijgen voor usucapione, testament of contract en bij wet (in dit laatste geval in wezen voormalig art. 540, co. 2 c.c. in geval van een opvolging van de echtgenoot).
Het concept van familie het is hetzelfde voor beide figuren.
L 'art. 1023 c.c. (zoals gewijzigd bij wetsdecreet nr. 154/2013) bepaalt dat: In het gezin je begrijpt het zelfs kinderen geboren na het recht van gebruik of bewoning is begonnen, hoewel in de tijd toen het recht ontstond, de persoon geen huwelijk had gesloten. De geadopteerde kinderen en erkende kinderen zijn ook inbegrepen, zelfs als de adoptie of erkenning wordt gevolgd nadat de wet al is ontstaan. Ten slotte zijn er mensen die bij de rechthebbende wonen om hun diensten aan hem of zijn gezin te verlenen.
Een andere gemeenschappelijke regel is inart. 1025 c.c., die de Verplichtingen met betrekking tot gebruik en huisvesting aldus voorschrijvend: Wie een fonds gebruikt en alle vruchten inzamelt of die het recht van bewoning heeft en het hele huis bewoont, wordt ten koste van de teelt, gewone reparaties en betaling van belastingen gehouden als de vruchtgebruiker.
Als hij dat deel van de vrucht niet verzamelt of dat deel van het huis niet bezet, draagt ​​hij in verhouding tot wat hij geniet.
Eindelijk, deart. 1025 c.c. verwijst naar de regels van vruchtgebruik als compatibel.

Gebruiksrecht en bewoning: verschillen

verblijfsrecht

Welke zijn de verschillen tussen het gebruiksrecht en het recht van bewoning?
De duidelijkste zijn die die kunnen worden begrepen door de snelle vergelijking van de twee teksten: ten eerste, de gebruiksrecht is generiek wat het object betreft, terwijl het verblijfsrecht alleen de woning kan betreffen.
Bij de bepaling van de code is het gebruiksrecht kennelijk uitgebreider dan het recht van bewoning.
In dit opzicht is een probleem met betrekking tot het gebruiksrecht en dat hier slechts wordt samengevat de verwarring met een ander cijfer, namelijk dat van de persoonlijk recht van genot: in werkelijkheid is het moeilijk om te onderscheiden of we een echt recht hebben en dan het gebruiksrecht dat, gezien het principe van de typische rechten van echte rechten, moet voldoen aan de door de wet vastgestelde canons, of liever elk persoonlijk recht van genot, waarvan inhoud is variabel, omdat het vrijelijk wordt gegeven aan onderhandelingsautonomie.
Inderdaad, dat werd vastgesteld de bevoegdheden die voortvloeien uit het enig recht ten gunste van de eigenaar ervan, zijn die welke bij wet zijn vastgesteld en kunnen niet geldig worden gewijzigd door de belanghebbende partijen.(Cass. n. 5034/2008).
Zelfs als, volgens de jurisprudentie, voor het gebruiksrecht een overeenkomst kan worden ontbonden voor het verbod op toewijzing van het recht (v. Cass. n. 4599/2006, Cass. n. 85907/2015) (terwijl het werd uitgesloten voor het recht om te leven door Cass. n. 3974/1984).
Een ander belangrijk verschil is dat de behoeften van de familie in het gebruiksrecht zouden ze alleen een beperking zijn voor de oogst van de vruchten.
De jurisprudentie heeft inderdaad in verschillende besluiten bevestigd dat het gebruik op zich niet beperkt is tot de behoeften van het gezin, maar dezelfde inhoud heeft als het vruchtgebruik en dat de beperkingen ervan kunnen voortvloeien uit de aard en de economische bestemming van het goed (krachtens de referentie aan die discipline voormalig Artikelen. 1026 en 981 c.c.) (zie bijv. Cass. n. 5034/2008) en daarom het gebruiksrecht strekt zich uit tot alle nutsvoorzieningen die objectief kunnen putten uit het goed naar de bestemming, aangezien de gebruiker - niet anders dan de vruchtgebruiker - het ding volledig kan gebruiken, alleen de economische bestemming van het ding respecteert (Cass. n. 17320/2015).

Gebruik, verblijf en opvolging van de echtgenoot

Een andere standaard die de twee figuren combineert is deart. 540, co.2 c.c. hierboven, dat reserve ten gunste van de langstlevende echtgenoot zowel het recht van verblijf als een gebruiksrecht: het eerste in verband met de woning van het huis dat als gezinswoning en de tweede voor het gebruik van meubilair als di eigenschap van de overledene of gewoon.We specificeren echter dat met zin n. 310 van 1989 de Constitutioneel Hof heeft vastgesteld dat de belangen waarnaar de regel verweesart. 540, co. 2 c.c. en wil ontmoeten zijn die moreel loyaal aan de nagedachtenis van het leven samengewoond en aan het behoud van dat leven; morele en immateriële belangen; waarom het Hof zelf is uitgesloten van de toepassing van het recht bedoeld inart. 540 c.c. van het criterium van de behoefte aangegeven doorart. 1022 c.c.
Volgens de tweede zin van de tweede alinea vanart. 540 c.c., dan Deze rechten drukken op het beschikbare gedeelte en, als dit niet voldoende is, voor het resterende deel op het aandeel van de reserve van de echtgenoot en mogelijk op het quotum gereserveerd voor kinderen.
de portie beschikbaar het is de rest van de toewijzing van reserve of onbeschikbare aandelen, dat wil zeggen die welke door de wet worden opgelegd met de zogenaamde successie, zelfs in het geval van testamenten of opvolging ex lege (V. Artikelen. 536 en volgende. commerciële code.).

Scheiding, echtscheiding en huisvesting van het ouderlijk huis

De scheiding tussen echtgenoten is dan voorzientoewijzing van het gezinswoning (vandaag van art. 337-sexies c.c. geïntroduceerd door de D.Lgs. N. 154 van 2013 en eerder uitart. 155-quater c.c.); zoals het ook is voorzien in de echtscheiding, vanart. 6, L. n. 898/1970.

Gebruiksrecht, woning en vorm

De wet schrijft dat voor contracten die het recht op gebruik op onroerende zaken en het recht van woning vormen of wijzigen... moet worden vermeld in geschreven vorm dat wil zeggen, door middel van een openbare akte of privé-schrift (v. art. 1350, co.1, n. 4 c.c.) (evenals bijvoorbeeld de akten van afstand van dezelfde rechten, de wil, de voorlopige contracten met betrekking tot dezelfde rechten, enz.) en, om tegengesteld te zijn aan derden, getranscribeerd bij de onroerendgoedregisters (artikel 2643, lid 1, nr. 4, c.), aangezien deze zijn onderworpen aan registratie de oordelen het uitvoeren van de grondwet, overdracht of wijziging van dezelfde rechten (zie art. 2643, co.1, n. 14, c.); de relatieve zijn ook onderworpen aan de transcriptie voorlopige contracten, indien opgesteld door middel van een openbare akte of privéakte met een geauthentiseerd of juridisch geverifieerd abonnement (v. art. 2645-bis, co.1, c.).
We herinneren ons dat dan volgensart. 2645 c.c., moet nog worden gemaakt openbare... elke andere handeling of bepaling die produceert met betrekking tot onroerend goed of eigendomsrechten, enkele van de gevolgen van de in deArtikel 2643, tenzij de wet aantoont dat de transcriptie niet vereist is of vereist is voor verschillende effecten.
Bijvoorbeeld, voor de jurisprudentie in scheiding kan de toewijzing van een gezinswoning niet worden getranscribeerd en in dit geval kan deze worden tegengesteld aan de derde, maar alleen in de komende negen jaar, terwijl voor een scheiding de voorspelling dezelfde wet is (v. art. 6, Wet 898/1970).
Zoals bij andere gelegenheden, is het voor de specifieke zaak raadzaam om contact op te nemen met een expert.



Video: Notaris - Vruchtgebruik en naakte eigendom.