SCIA en landschapsautorisatie voor de installatie van airconditioners en airconditioners

Is een autorisatie vereist om airconditioners en airconditioners te installeren en, indien nodig, een landschapsvergunning? De jurisprudentie is niet uniform.

SCIA en landschapsautorisatie voor de installatie van airconditioners en airconditioners

Conditioners en SCIA

installatie van een externe airconditioner

Allereerst is een samenvatting van het bovenstaande nuttig referentie normen op bouwpraktijken.
daarom, Artikel. 3, paragraaf 1, letter b) van de D.P.R. n. 380 van 2001 (zoals gewijzigd doorart. 17, paragraaf 1, Wetsdecreet 12 september 2014, n. 133 omgezet in de wet 11 november 2014, n. 164) onderscheidt de bouwinterventies in verschillende categorieën, waaronder met name wat betreft de interventies van buitengewoon onderhoud, de werken en aanpassingen die nodig zijn om zelfs structurele delen van gebouwen te renoveren en te vervangen, evenals om sanitaire en technologische diensten te realiseren en te integreren, op voorwaarde dat ze het totale volume van gebouwen niet veranderen en niet leiden tot veranderingen in de gebruiksbestemmingen.
L 'art. 6 hetzelfde decreet identificeert vervolgens die werken genaamd " gratis gebouw, dat wil zeggen, ze vereisen geen enkele kwalificatie, terwijl deart. 10 identificeer de ondergeschikte interventies a toestemming om te bouwen.
Eindelijk, deart. 22 identificeert de interventies die ondergeschikt zijn aan de vervulling van de SCIA en van de DIA en al CO.1 schrijft dat voor De interventies kunnen worden uitgevoerd door middel van een gewaarmerkte melding van het begin van de activiteiten niet verwijzend naar de genoemde lijstArtikel 10 en allesArtikel 6, die voldoen aan de bepalingen van stadsplanninginstrumenten, bouwvoorschriften en de huidige stedenbouwkundige voorschriften.
L 'art. 37 sancties hoe administratieve vergrijpen de realisatie van deze bouwinterventies, op voorwaarde dat ze dat zijn voldoen op deze voorschriften, indien uitgevoerd in de afwezigheid van of in tegenspraak met de gecertificeerde start van het rapport (met een geldelijke sanctie gelijk aan tweemaal de toename van de waarde van het onroerend goed als gevolg van de uitvoering van hetzelfde en in ieder geval niet minder dan 516 euro ).
L 'art. 44 in plaats daarvan sancties (als het feit geen ernstigere overtreding vormt en nog steeds administratieve sancties ophoudt) als strafbaar feit tekstueel deniet-naleving van de regels, voorschriften en procedures voor implementatie zoals voorzien in deze titel, zoals van toepassing, evenals door bouwvoorschriften, planningstools en bouwvergunningen (met een boete van maximaal € 20.658,00).

Airconditioners en airconditioners en hoe technologische systemen

voorbeeld van een externe airconditioner

volgens een oriëntatie die veel voorkomt, vereist een regelmatige installatie van airconditioners of airconditioners de SCIA. Laten we eens kijken waarom.
Air conditioning en airconditioning units - er staat vermeld - (zie bijv. C.D.S. n. 4744/2008, TAR Napels n. 16203/2007 en TAR Rome n.3323 / 2007) vallen onder de notie van technologische systemen plaatsen in rapporten van noodzakelijke hulpmiddelen met betrekking tot bestaande gebouwenals zodanig worden ze beschouwd als het bouwen van interventies mineur. Dit zijn echter nog steeds interventies aan het bouwen; daarom maken ze deel uit van de gebouwinterventies gedefinieerd door deart. 3 D.P.R. n. 380 van 2001 dus zijn ze onderworpen aan de relevante sectorwetgeving; hieruit volgt dat hun constructie of installatie, zelfs als ze niet is onderworpen aan de bouwvergunning, echter wel onderhevig is aan een gewaarmerkte kennisgeving van het begin van de activiteit (S.C.I.A.) volgensart. 22 d.P.R. n. 380 van 2001. Deze conclusie is als laatste opgenomen in het oordeel van de Hof van Cassatie n. 952/2014 waarbij, uitgaande van de veronderstelling dat de airconditioners en airconditioners technologische systemen vormen met betrekking tot de noodzakelijke instrumentaliteit met de bestaande gebouwen, geconcludeerd wordt dat deze vallen onder de definitie van buitengewone werken waarnaar in deart. 3, maar niet op de lijsten waarnaar wordt verwezen in Artikelen. 10 en 6, daarom vereist SCIA.
Volgens de jurisprudentie van de Supreme Court houdt de uitvoering van interventies die de DIA vereisen, nu SCIA, bij gebrek aan kwalificatie, de enige administratieve sanctie verwezen naarart. 37, CO.1 en niet de criminele verwezen naarart. 44 alleen als er is hoe dan ook nakoming volgens de normen en altijd dat, uiteraard, het geen interventies zijn die vatbaar zijn voor realisatie door DIA volgens deart. 22, co. 3 (in welk geval de strafsancties bedoeld in deart. 44).

Naleving van wet- en regelgeving

Dit is omdat, het wordt uitgelegd, deart. 22, co. 1, cit., biedt alleen SCIA niet voor alle interventies die niet kunnen worden verwezen naar de lijst waarnaar wordt verwezen inart. 10 en allesart. 6, maar alleen voor die interventies die naast het niet voldoen aan de bepalingen vanart. 10 en allesart. 6of zij dat ook zijn voldoen aan de bepalingen van de stedenbouwkundige instrumenten, bouwvoorschriften en de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Alleen door gebruik te maken van deze voorwaarden, kan daarom de bepaling van deart. 37, die alleen voorziet in de administratieve sanctie voor de interventies die worden uitgevoerd in afwezigheid of in strijd met de aanloopnotificatie.
Deze jurisprudentie is van mening dat in het geval dat dergelijke tussenkomsten die de SCIA-titel missen, niet voldoen aan de bepalingen van de stedenbouwkundige instrumenten, bouwvoorschriften en de geldende stedenbouwkundige voorschriften, de uitvoering ervan (en tenzij het interventies zijn waarvoor toestemming om te bouwen overeenkomstig artikel 10 is vereist) zal leiden tot de toepassing van de strafsanctie als bedoeld inart. 44, lett. a), die precies straft met de straf van de boete het niet naleven van de regels, voorschriften en procedures voor de uitvoering van deze titel, indien van toepassing, evenals door bouwvoorschriften, planningstools en bouwvergunningen (zie kader 41619/2006).
In de zaak beslist door het Hof van Cassatie met de bovengenoemde zin n. 952/14, de installatie van de airconditioner wordt uitgevoerd in overtreding dell 'art. 17 van de gemeentelijke bouwverordening en zonder de kennisgeving van het begin van de activiteit, zodat, wordt geconcludeerd, de overtreding van deart. 44 lit. a) D.P.R. n. 380 van 2001.
Bovendien ook de bouwactiviteit c.d. gratis moet voldoen aan industriële voorschriften zoals aardbevingen, veiligheid, brand, sanitaire voorzieningen, energie-efficiëntie, evenals de bepalingen vervat in de code van cultureel erfgoed en landschap, waarnaar wordt verwezen in Wetsdecreet 22 januari 2004, n. 42 (art. 6, co. 1, D.P.R.n. 380 van 2001).

Landschapsbeperking en landschapsautorisatie

de zin n. 952/14 het sanctioneert ook de installatie van de airconditioners in zone a landschapsbeperking: zelfs airconditioners zijn daarom onderworpen aan de landschapsbeperking. Als ze in een beperkt gebied zijn geïnstalleerd, moeten ze daarvoor door delandschapsautorisatieanders, de misdaad waarnaar wordt verwezen in deart. 181, Wetsdecreet, 42/2004.

Airconditioners en airconditioners zoals gratis werken

volgens een andere oriëntatie, die wordt geleid door een mening van de Raad van State (advies 16 maart 2005 n.2602 / 2003) de installatie van airconditioners en airconditioners het is niet onderwerp in welke hoedanigheid dan ook. In die zin besloot hij Tar Puglia met verordening n. 847/2011 tekstueel sanctioneren de positionering van de klimaatversterkers buiten het gebouw, zelfs als dit, hypothese, wijziging van de vorm en van het uiterlijk zou kunnen inhouden (art. 10, lid 1, letter c) t.u. bouw en kunst 146 d.lgs. n.42 / 2004) kan worden gezegd dat het een volledig minder belangrijk en substantieel vrij werk is (Consiglio di Stato opinion 16 maart 2005 n.2602 / 2003) dat niet geschikt is om noch het landschapsbelang, noch laat staan ​​de urbanistische, afgezien van elke vraag over de duurzame effectiviteit of anderszins van de band voorlopig aangebracht overeenkomstig artikel 2 van 1939 n.1497; - dat bij het afwegen van de tegengestelde belangen de particuliere lijkt te heersen, gezien de beperkte impact van de interventie op de juiste indeling van het grondgebied, met het bestaan ​​van de voorwaarden voor de toekenning van de ingeroepen voorzorgsbescherming.
In ieder geval is het, in aanvulling op de positie van de rechters en de algemene voorschriften, van fundamenteel belang om te weten hoeveel zij in dit verband voorschrijven gemeentelijke voorschriften en de andere bepalingen die door lokale autoriteiten ter zake zijn uitgevaardigd.



Video: